Wat is epilepsie?
Epilepsie is een plotse verandering in de werking van de hersenen waarbij groepen hersencellen een verhoogde activiteit gaan vertonen. Er ontstaat een toestand van overprikkeling van de hersenschors die plotse lichaamsgewaarwordingen tot gevolg hebben, zoals schokken, onwillekeurige bewegingen en zogenaamde 'autonome' verschijnselen. Deze verschijnselen gaan al dan niet gepaard met bewustzijnsdaling. Dikwijls ervaart men eerst een prikkelingsverschijnsel, gevolgd door een uitval.
Het dient beklemtoond te worden dat er meerdere vormen van epilepsie bestaan, zodat men eigenlijk beter zou kunnen spreken van 'epilepsieën'.
Oorzaken van epilepsie
In de meeste gevallen vindt men geen aanwijsbare oorzaak voor het dysfunctioneren van de hersenen. In dit geval spreekt men van 'genuine epilepsie'. In 5% van de gevallen (en niet meer!) is epilepsie erfelijk bepaald. Verdere oorzaken zijn:
- geboortetraumas: moeilijke geboorte, geboorteverlamming, zuurstoftekort,...
- bloedvaatstoornissen in de hersenen (bloeding, trombose)
- aangeboren vaatafwijkingen in de hersenen
- schedeltrauma met hersenschudding, hersenkwetsing, bloeding op of onder het hersenvlies
- hersenvliesontsteking ('meningitis')
- hersenontsteking ('encephalitis')
- hersentumor, goed- of kwaadaardig
- alcoholmisbruik
- cysten van bepaalde wormen (vooral in de derde wereld)
- AIDS
Een alleenstaande epilepsie-aanval kan ook uitgelokt worden door het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (anti-depressiva, theophylline, amphetamines,...), of door het plots stoppen met veelvuldig gebruik van alcohol of kalmeermiddelen.
Soorten epilepsie
Men maakt onderscheid tussen twee groepen van epileptische aanvallen, met daarnaast nog enkele bijzondere vormen.
1. Veralgemeende epileptische aanvallen
Bij deze aanvallen is een plotse bewustzijnsdaling de regel.
A. De 'Grand Mal'-aanval (of tonisch-clonische aanval)
De aanval begint met een plotse bewustzijnsdaling en verkramping van het hele lichaam. Dikwijls komt de patiënt hierbij ten val (vandaar 'vallende ziekte'). Soms komt er schuim op de mond. Dan volgt een fase waarbij de aanhoudende spierverkramping ritmisch onderbroken wordt, waardoor de patiënt schokken vertoont. Nadien komt de patiënt geleidelijk terug bij bewustzijn. Lees meer...
B. De 'Petit Mal'-aanval (of 'absence')
Dit zijn meestal weinig opvallende, maar dikwijls talrijke, bewustzijnsdalingen, waarbij de patiënt voor zich uit staart zonder dat er verder iets gebeurt. Een aanval duurt gewoonlijk tussen de 10 en 30 seconden. Lees meer...
2. Gedeeltelijke epileptische aanvallen
A. Eenvoudige partiële aanvallen
Bij een 'motorische Jackson-aanval' vertoont de patiënt plotse spiersamentrekkingen
in arm, been of gezicht, zonder dat het bewustzijn
verloren wordt. Dit kan duren van enkele seconden tot enkele uren.
De 'sensiebele
Jackson-aanval' kent een gelijkaardig verloop, maar veroorzaakt enkel gevoelssensaties
in het getroffen lichaamsdeel.
Andere vormen van eenvoudige partiële aanvallen
veroorzaken visuele, auditieve, reuk- of smaakaanvallen, of andere gewaarwordingen naargelang de plaats van de epilepsie-haard in de hersenen.
Lees
meer...
B. Complexe partiële aanvallen
Hieronder verstaan we de psychomotorische (of temporale) epilepsie, de epileptische vlucht (of 'fugue') en de opdrang van complexe bewustzijnsinhouden. Lees meer...
3. Bijzondere epilepsie-vormen
Dit zijn de 'status epilepticus' (opeenvolgende aanvallen die levensbedreigend kunnen zijn) en de 'epileptische schemer- toestand'. Lees meer...
4. Bijzondere vormen van kinder-epilepsie
Hierbij denken we aan koortsstuipen (bij leeftijden tot 3 jaar), salaamkrampen,
syndroom van Lennox-Gastaut, goedaardige 'midtemporale' kinderepilepsie en
het HHE-syndroom.
Lees meer...
De diagnose van epilepsie
Om een goede diagnose te kunnen stellen is het belangrijk een zicht te hebben op de preciese symptomen die zich hebben voorgedaan, zoals: duur van de aanval, al of niet convulsies, kleur van het aangezicht, plaats waar de trekkingen beginnen, enz. Omdat de patiënt zelf soms weinig gegevens kan verstrekken (wegens bewusteloosheid), is informatie van getuigen uit de omgeving zeer belangrijk. Daarna volgt een grondig onderzoek door de neuroloog.
In 90% van de gevallen kan een EEG uitsluitsel geven en zelfs informatie opleveren over de aard van de epilepsie. Soms is echter een slaap-deprivatie-EEG of 24 uurs-registratie noodzakelijk om tot een diagnose te komen. Via bloedonderzoek, CT-scan of NMR-scan van de hersenen kan men eventuele oorzaken van de epilepsie opsporen.
Behandeling
Volledig genezende medicatie bestaat nog steeds niet. De behandeling met medicatie is er dus essentiëel op gericht de aanvallen zoveel mogelijk te onderdrukken, waarbij men streeft naar een zo laag mogelijke dosering.
Bij voorkeur wordt slechts één vorm van medicatie gegeven, maar soms is een combinatie noodzakelijk. De keuze van het middel hangt in grote mate af van het soort epilepsie. De medicatie dient wel zeer stipt ingenomen te worden. Ook als men bijv. om medische redenen niets via de mond mag innemen, dient er vervangmedicatie te worden voorzien (vraag raad aan uw neuroloog wanneer u bijv. een narcose moet ondergaan).
Er bestaan verschillende vormen van medicatie, die niet altijd onderling
combineerbaar zijn en soms bijwerkingen hebben.
Lees meer over medicatie tegen epilepsie.
Een ingreep via neurochirurgie heeft enkel zin wanneer men zeer nauwkeurig de haard van epilepsie in de hersenen kan localiseren. En dan nog enkel in die gevallen waarbij medicatie geen of onvoldoende effect heeft.
Epilepsie en levenswijze
1. Regelmatige medicatie-inname, zoals voorgeschreven door de neuroloog!
2. Regelmatige medische controles bij de neuroloog of huisarts.
3. Voorzichtigheid bij alcoholgebruik. Vroeger werd alcohol volledig verboden. Tegenwoordig weet men dat matig alcoholgebruik geen risico's inhoudt, tenzij in uitzonderlijke gevallen. Grote hoeveelheden alcohol zijn echter steeds uit den boze.
4. Voorzichtigheid bij sportbeoefening. De regel is om zolang de epilepsie niet goed onder controle is, geen 'gevaarlijke' sporten te beoefenen (zoals bijv. turnen aan een klimrek en race-fietsen). Lees meer over epilepsie en zwemmen.
5. Voorzichtigheid bij het werk. Bepaalde beroepen, zoals sommige werkzaamheden in de bouwsector, zijn eerder af te raden. Anderzijds nemen sommige werkgevers te gemakkelijk een discriminerende houding aan bij aanwerving van personen met epilepsie.
6. Voorzichtigheid bij zwangerschap. In de meeste gevallen lopen jonge vrouwen
met epilepsie geen risico. Raadpleeg echter steeds uw neuroloog op voorhand!
Lees
meer over epilepsie en zwangerschap.
7. Voorzichtigheid bij het autorijden.
Lees meer over epilepsie en rijbewijs.
Hoe reageren op een aanval?
Geen paniek! Bij een Grand Mal-aanval de patiënt rustig in zijligging leggen en wachten tot de aanval overgaat. Enkel bij opeenvolgende aanvallen ('status') is er gevaar, en dient een ambulance gebeld te worden.
Steek in ieder geval niets tussen de tanden: geen lepel en zeker niet de eigen vingers. Onthoud: een stukgebeten tong geneest heel snel, maar stukgebeten tanden (bijv. op een lepel) kosten heel wat meer moeite en geld om te herstellen.



