Wat is de ziekte van Alzheimer?
De ziekte van Alzheimer is de vorm van dementie, die het meest voorkomt. Tweederde van alle gevallen van dementie op oudere leeftijd zijn toe te schrijven aan de ziekte van Alzheimer. Deze ziekte komt dus meer voor dan men denkt en blijft vaak verborgen of wordt door de patiënt zelf in de beginfase angstvallig gemaskeerd. Naar schatting zijn er op dit ogenblik in België meer dan 80.000 patiënten door deze ziekte getroffen. In eenderde van de gevallen is er een erfelijke factor.
De oorzaak van de ziekte van Alzheimer is nog niet gekend. Mogelijke oorzaken zijn:
- Verhoogde bloeddruk.
- Het voorkomen van het ApoE gen op het chromosoom 19 (naast andere chromosoom-afwijkingen die gelinkt worden met de ziekte van Alzheimer).
Vrouwen worden meer getroffen door de ziekte van Alzheimer dan mannen. De invloed van oestrogenen, vooral postmenopausaal? Oestrogenen werden om deze reden lange tijd toegediend als behandeling.
Bij hersenonderzoek postmortem vindt men de zogenaamde neurofibrilaire degeneratie en vorming van seniele amyloïde plaques.
Symptomen van de ziekte van Alzheimer
De symptomen van de ziekte ontstaan progressief, sluipend, ze worden vaak nauwelijks opgemerkt. De eerste symptomen zijn vaak geheugenstoornissen op korte termijn: meermalen dezelfde vraag stellen, niet onthouden wat de partner verteld heeft en in een verdere fase essentiële dingen uit het recente verleden, zoals bepaalde emotionele familiegebeurtenissen, niet meer kunnen herinneren, enz. Dit heeft te maken met een gestoorde inprenting. Het is te begrijpen dat het geheugen op lange termijn ongestoord blijft, vermits hiervoor geen nieuwe inprenting noodzakelijk is.
Verdere symptomen:
- Oriëntatiestoornissen in tijd (datum, seizoen, tijd niet meer weten).
- Oriëntatiestoornissen in plaats (zich van weg vergissen, verloren lopen op toch bekende plaatsen).
- Oriëntatiestoornissen in persoon (personen niet meer herkennen, verder evoluerend naar het niet meer herkennen van personen in de nabije omgeving, tot uiteindelijk eigen familieleden).
- Stoornissen van de uitvoerende functies (dingen verkeerd leggen, zoals bestek in de ijskast).
- Spraakstoornissen, onsamenhangende gedachtengang en spraak.
- Emotionele incontinentie, d.w.z. onaangepast huilen of lachen.
- Vaak initiële ontkenning van ziek zijn
- In een verdere fase somatische symptomen en zelfverwaarlozing, vuile kleren, kleding verkeerd aantrekken (kledingsapraxie), incontinentie, slechte tot ontbrekende hygiëne.
Diagnose van de ziekte van Alzheimer
Een zekerheidsdiagnose van de ziekte van Alzheimer kan niet gesteld worden bij leven. Na het overlijden kan men door hersenonderzoek de diagnose bevestigen. Chromosomaal onderzoek (ondermeer op chromosoom 19) kan een zekere kansberekening toelaten om te bevestigen of men een erfelijke vorm van Alzheimer heeft, maar dit kostbaar onderzoek is volgens recente studies niet relevant omdat dit te pas en te onpas valsnegatieve of valspositieve verwachtingen geeft. Een NMR scan van de schedel kan eveneeens afwijkingen tonen die kunnen wijzen op mogelijke ziekte van Alzheimer. Dit geldt ook voor de hersencintigrafie.
Diagnostische paden:
Bij een geheugenconsultatie waarbij de ziekte van Alzheimer vermoed wordt, wordt eerst overgegaan tot een zorgvuldige ondervraging (anamnese) van betrokkene en zeker ook van de naaste familieleden, vermits betrokkene zelf zich niet geheel bewust is van zijn aandoening of deze vaak ontkent. Ook wordt navraag gedaan naar eventueel familiaal voorkomen van de ziekte van Alzheimer.
Volgende onderzoeken zijn noodzakelijk om tot een vermoedelijke diagnose te komen. Deze onderzoeken zijn ook nuttig en noodzakelijk om terugbetaling te verkrijgen voor een geneesmiddel tegen Alzheimer (Belgische wetgeving):
- Neurologisch onderzoek: uitsluiten van neurologische oorzaken in strikte zin zoals CVA, hersentumor, doorgemaakt schedeltrauma, intoxicatie.
- Mini mental state examination: Vragenlijst die internationaal gebruikt wordt en die in een tijdsbestek van 10 minuten een goed beeld geeft over het al dan niet bestaan van een dementiëel beeld. Er zijn vragen betreffende oriëntatie in tijd en plaats, aandacht- en rekenfunctie, geheugenfunctie, taalfunctie, enz.
- EEG: uitsluiten van vaatstoornissen, haardverschijnselen, bewustzijnsstoornissen (epilepsie) en toxische oorzaken.
- Uitgebreid bloedonderzoek: uitluiten van bijv. B12 of foliumzuur tekort en nagaan van nierfunctie, leverfunctie, te trage schildklierfunctie en HIV problematiek.
- Verdere cognitieve tests en beoordeling van de dagelijkse activiteiten:
- Global deterioration scale (GDS), waarbij de mate van cognitieve achteruitgang gemeten wordt op een schaal van 1 tot 7.
- Instrumental activities of daily living (I-ADL), met een quotering op een schaal van 0 tot 36 wat betreft gebruik van de telefoon, winkelen, voedselbereiding, huishouding, financiëel beheer, enz.
- KATZ-schaal: qoutering wat betreft wassen, aankleden, verplaatsingen, toiletgang, eten, met een score van 0 tot 24.
- Neuropsychiatric inventory (NPI): navraag naar bijkomende psychologische symptomen zoals wanen, hallucinaties, agitatie, agressie, depressie, enz.
Differentieeldiagnose::
Onderscheid dient te worden gemaakt met
- Pseudodementie: bijvoorbeeld een onderliggende depressie met secundaire concentratiestoornissen die door patiënt of de omgeving worden geïnterpreteerd als beginnende geheugenfunctiestoornissen.
- MCI of mild cognitive empairment, op wat jongere leeftijd vooral beginnend met het onvermogen om namen te kunnen onthouden, ook wel geheugenstoornissen op korte termijn, vaak onschuldig maar soms evoluerend naar de ziekte van Alzheimer.
- Erfelijke vormen van ernstige dementie zoals de ziekte van Huntington (dominant erfelijk).
- Multi-infarct dementie: meerdere cerebrovasculaire accidenten op ischemische basis die uiteindelijk tot cognitief verval leiden (diagnose via CT of MRI)
- Metabole oorzaken zoals vertraagde schildklierwerking, vitamine B12 tekort, HIV, nierinsufficiëntie, enz.
- Posttraumatische resttoestanden na een zware hersenschudding met hersenlaceratie.
- Hersentumoren.
- Hersenbloeding.
- Toxische factoren zoals alcoholische dementie met evolutie naar Korsakov en/of Wernicke syndroom.
- 'Normal pressure hydrocephalus': door de uitgezette ventrikels ontstane geheugenfunctiestoornissen en in een verder stadium incontinentie en loopstoornissen.
Behandeling van de ziekte van Alzheimer
De ziekte van Alzheimer is een langzaam evolutief proces dat niet kan worden tegengehouden. Een zeker uitstel van de evolutie en vaak ook invloed op het gedrag wordt bekomen met cholinesterase inhibitoren (Aricept, Exelon, Reminyl). Gemiddeld geeft dit een uitstel van de symptomatologie van 1 jaar. Een nieuw product dat gegeven wordt bij meer gevorderde vormen van Alzheimer is Memantine (Ebixa), vaak met verassend goed effect, echter eveneens tijdelijk. Te vermelden is tevens de behandeling met Ginkgo Biloba.
Symptomatische aanpak van gedragsproblemen:
- Neuroleptica en angstwerende medicatie
- Psychosociale begeleiding: uiterst belangrijk.
- Familiale opvang: een familielid met de ziekte van Alzheimer is een zware opgave voor de partner en andere familieleden, totdat verpleging aan huis niet langer voldoende is en een opname in een specifieke instelling of psychiatrisch ziekenhuis noodzakelijk wordt.


